De Trek

In februari beginnen onze gierzwaluwen in Afrika naar het noorden te schuiven. Dat gaat geleidelijk waarbij ze hun vliegroute voortdurend aanpassen aan gunstige en minder gunstige weersomstandigheden. Zo hebben ze zich van september tot februari voortdurend verplaatst tussen evenaar en zuidelijk Afrika. Reagerend op de regenbuien: foeragerend te midden van de insecten die door de regenwolken vooruit worden gestuwd en dan over en om de buien heen naar daar waar het net heeft geregend en geweldige insectenexplosies ontstaan. En hoewel ze dus ook in Afrika net als bij ons, de regen ontwijken, noemt men ze daar in sommige streken ‘regenzwaluwen', want voor en na de tropische buien zijn daar ineens de gierzwaluwen. Daarbij maken ze nauwelijks geluid, ze zijn daar zo stil dat ze ook wel 'mute swallows (doof)stomme zwaluwen' worden genoemd. Dat is hier wel anders maar hun gierend geluid hoort dan ook bij het nestelgedrag en broeden dat doen ze niet in Afrika. Dat doen ze bij ons, daarvoor zijn ze nu onderweg, 6000/7000 km lang.

Begin april trekken de gierzwaluwen Europa binnen De trek naar het noorden gaat heel wat omzichtiger dan aan het einde van het broedseizoen in zuidelijke richting. Daar arriveren onze volwassen vogels met hun jongen al na zes weken, rond half september in hun overwinteringgebieden ten zuiden van de evenaar. Maar dan vliegen ze de zon achterna, over gebieden waar het zomer is geweest en door luchtlagen heen waarin het wemelt van de insecten. Maar in omgekeerde richting is dat wel anders: ze vliegen nu voor de zon uit, over streken waar het maandenlang winter was, waar de aarde en het water zo ver afkoelden dat het insectenleven vrijwel tot stilstand kwam. Dus geen doldrieste vlucht naar het noorden maar geleidelijk aan en daarbij gebruikmakend van gunstige weersomstandigheden, schuiven ze steeds meer naderbij.

 

De Rui

De gierzwaluwen die terugkeren, zitten knap in het pak: ze hebben tijdens hun verblijf in Afrika hun veren geruid. Van de allerkleinste kopveertjes tot de langste vleugelveren, de grote slagpennen, het hele verenkleed is vernieuwd. Dat geldt alleen voor de volwassen vogels en niet voor de jongen die vorig jaar zijn geboren en dus nu bijna een jaar oud zijn. Zij ruien de eerste winter in Afrika niet en vliegen dus nu nog rond in hun geboorteveren. Ze gaan pas voor de eerste keer ruien als ze na deze zomer weer in Afrika zullen zijn.

Voor gierzwaluwen die altijd blijven vliegen en alleen maar vliegend hun voedsel kunnen verzamelen, is ruien een probleem. Ze raken dan veren en dus ook vliegvermogen kwijt, terwijl het vervangen van veren veel energie vraagt. Zodra de volwassen vogels rond half september in Afrika arriveren start de rui van de slagpennen. Dat gebeurt symmetrisch en begint met de slagpennen het dichtst bij hun lijf. Pas als de twee nieuwe pennen ver genoeg zijn uitgegroeid, vallen de volgende twee uit. En zo worden, paarsgewijs, aan elke vleugel 10 kleine en daarna de 10 grote slagpennen vervangen. Tegelijkertijd ruien ze ook al hun andere veren en de 10 staartpennen. De langste slagpennen, de nummers 9 en 10, aan de buitenkant van de beide vleugels, doen er ruim 5 weken over om op lengte te komen. En dan is het inmiddels februari en zo stilaan alweer tijd voor de trek in noordelijke richting.

Als gierzwaluwen op de nestplaats aanvliegen, moeten ze snelheid kwijtraken voordat ze op de invliegopening landen. Bij het naderen, zakken ze een beetje om daarna een kleine bocht omhoog te maken, zoals een schommel die even stil staat op heet hoogste punt Ze zetten daarbij hun vleugels in de remstand, spreiden hun staart, strekken hun korte maar sterke pootjes met gespreide klauwtjes naar voren om zich vast te grijpen. Soms was het gekrabbel van die klauwtjes te horen

 

De Terugkomst

De eerste gierzwaluwen die terugkomen uit Afrika zijn de broedvogels en de oudere zoekvogels. Zoekvogels zijn gierzwaluwen die geen nestplaats hebben maar er wel een zoeken. Oudere zoekvogels keren al een aantal jaren (3 – 4 jaar) achter elkaar terug maar hebben nog steeds geen nestplaats. Die zoekvogels blijven gedurende het hele seizoen in een beperkt gebied zoeken en komen daar jaar na jaar weer terug. Die hele reis en jaar na jaar maar rond vliegen, dat lijkt een beetje zinloos, maar dat is het niet. Al zoekende, elke jaar weer, raken ze goed thuis in hun zoekgebied en zo ontdekken ze de bestaande broedplaatsen, van gierzwaluwen maar ook van andere vogels. Die gegevens slaan ze steeds weer op op hun harde schijf. Er zullen altijd broedvogels zijn die niet meer terugkeren uit Afrika en zo ontstaan er lege en half lege nesten in het zoekgebied en dat zijn de kansen voor de zoekvogels. En wie het beste z'n zoekgebied kent en het eerste arriveert, is nu in het voordeel. En dat zijn de oudere ervaren zoekvogels die vrijwel gelijk met de broedvogels aankomen.

 

De Eitjes

De eitjes worden in de ochtenduren, om de dag gelegd. De broedvogels laten regelmatig de eieren kortere tijd onbedekt. Dat kan geen kwaad, integendeel, het is nodig. Broeden betekent niet alleen maar eieren warm houden, het is reguleren van de temperatuur in de eieren, want ze mogen ook niet te warm worden. Verder moet de lucht rond de eieren ventileren.

De eischaal en de schaalvliezen daaronder zijn doordringbaar zodat de zuurstof die nodig is voor de ontwikkeling in het ei, bij het embryo kan komen. In omgekeerde richting wordt het koolzuur dat bij het groeiproces vrijkomt, ook weer via de eischaal naar buiten afgevoerd. Dat koolzuur mag niet rond de eieren blijven hangen, want dat zou de toevoer van zuurstof kunnen belemmeren. Dus goede ventilatie is voor eieren al net zo belangrijk als voor mensen.

Het vrouwtje bepaalt wanneer het broeden begint, want zij voelt of het legsel compleet is. Gierzwaluwmannen en -vrouwen zijn niet van elkaar te onderscheiden, niet uiterlijk en als de voortplanting voorbij is, ook niet meer aan hun gedrag. Ze broeden om beurten en ook de andere taken in het nest, verrichten ze gelijkwaardig.

 

De Nestbouw

Anders dan de meeste vogels maken gierzwaluwen niet eerst een nest om daarna de eitjes erin te leggen. Ze verzamelen zwevend nestmateriaal in de lucht en ook dat is alweer afhankelijk van het weer. Staat er een beetje wind dan vinden ze daar van alles dat bruikbaar is: zaadpluis, grassprieten, veertjes enz. Maar is het windstil dan is er weinig te vinden. Als het regent of

hard waait en de insecten uit de lucht zijn, dan is er voedselgebrek. Ze sparen dan energie en gaan niet op zoek naar nestmateriaal. Als gierzwaluwen dus pas eieren zouden leggen als het nest kant en klaar is, zouden ze in tijdnood kunnen komen, want ze zijn maar 100 dagen hier. Ze hergebruiken daarom het oude nest, leggen alvast eitjes en knappen het tussendoor op met wat voorhanden is. Na het foerageren, op weg naar het huis om elkaar af te losse bij het broeden, vangen ze links en rechts nog wat ze tegen komen en nemen dat mee naar het nest. Dat gaat in een moeite door en spaart tijd en energie.

Bij mooie weer is broeden een rustperiode voor het broedpaar want het foerageren vraagt nu weinig inspanning. Ze gebruiken deze rust om het nest verder op te knappen en uit te bouwen. Alles wat ze de afgelopen dagen vingen in de vlucht: zaadpluis, veertjes, sprietjes, stukje tissuepapier, plukje schapenwol, wordt in het nest vastgeplakt met speeksel. Met bewegingen van mond en keelholte, vaak met gesloten ogen, stimuleren ze de speekselklieren. Die klieren zijn vergroot in deze periode en leveren overvloedig speeksel dat soms als draden te zien is in de geopende snavel. Hun speeksel lijkt vluchtige stoffen te bevatten, want het droogt snel op en zo krijgt het nest een hard, doorschijnend laagje dat het nestmateriaal omsluit. Tegelijkertijd draaien de vogels rond in het nest om met hun borst er de volmaakt ronde vorm aan te geven. Zo ontstaat er een plat schoteltje met opstaande rand van 10cm doorsnede.

Hoewel gierzwaluwen het merendeel van het nestmateriaal uit de lucht plukken, zijn er ook slimmeriken die het anders oplossen. Zij roven nestmateriaal uit andere nesten. Zo is waargenomen: Iemand hangt twee nestkasten aan zijn gevel met in elk een beetje nestmateriaal. Na enige tijd is nestkast 1 bezet en kort daarop ziet de eigenaar, tot zijn vreugde, ook een gz in kast 2 duiken. Hij blijft staan kijken. Al snel komt de gz nestkast 2 weer uit, nu met een pluk nestmateriaal in zijn snavel. Hij draait dan een rondje boven het huis, komt terug en duikt, nog steeds met een snor van nestmateriaal, in nestkast 1. In de clip ‘08-05 Ophalen veer' is waarschijnlijk het roven van nestmateriaal vastgelegd. Helaas staat het verlaten van de nestkast met veer, niet op de clip, maar een van de kijkers heeft het gezien en er melding van gemaakt.

Tijdens het broeden zijn gierzwaluwen zeer intensief bezig met het verder bouwen aan het nest. Soms brengen ze verrassende dingen mee: fel rode bloemblaadjes van uitgebloeide klaprozen, een vlinder, een buskaartje. Soms ook gevaarlijke dingen zoals cadeaulint of een zwervend stuk nylon vislijn. Als dit soort sliert-vormig nestmateriaal in het nest wordt verwerkt, bestaat de kans dat als het los raakt, de broedvogels of de jongen er verstrikt in raken. Regelmatig moeten broedvogels, hangend aan een draad, bij de invliegopening, worden bevrijd. En jongen in het nest raken soms zo ernstig ingesnoerd, dat ze totaal vervormde vleugels krijgen. Ook andere vogel- en diersoorten zijn vaak slachtoffer van dit menselijke afval. Laat dit soort afval nooit slingeren en als je het ergens ziet liggen, ruim het dan op.

In Indonesië leven kleine gierzwaluwsoorten (Collocalia fuciphaga) die hun nesten maken van uitsluitend ingedroogd speeksel. Ze plakken hun nesten in diepe, donkere grotten, hoog tegen de rotswanden dicht tegen en onder elkaar. De kolonies bestaan soms uit vele honderden broedparen. De witte, troebele, licht doorlatende ondiepe bakjes van zo'n 14 gr. zwaar, worden beschouwd als lekkernij b.v. in zwaluwnestjessoep. Hoe minder insluitsels het speeksel bevat, dus hoe zuiverder het speeksel is, hoe hoger de kwaliteit. Ze worden verzameld door de bevolking, vaak met gevaar voor eigen leven, want ze brengen veel geld op. Niet alleen omdat ze lekker zouden zijn, maar ook goed voor de potentie: Viagra-nestjes dus. Inmiddels worden in Zuidoost Azië ook huizen met open bovenverdiepingen gebouwd, speciaal voor de gierzwaluwen met de eetbare nesten. Gierzwaluwenbio-industrie.

Het broeden duurt gemiddeld 20 dagen. De twee broedvogels zijn perfect op elkaar ingespeeld en lossen elkaar met grote regelmaat af. Het lijkt alsof ze het zitten op de eieren een plezierige bezigheid vinden, want soms moet terugkerende broedvogel de zittende vogel een beetje porren om opzij te gaan. Vreemd eigenlijk dat vogels die 9 maanden aan een stuk door bewegen en waarbij alle lichaamsfuncties zijn ingesteld op dag en nacht vliegen, zo totaal in overgave en rust, uur na uur op het nest verblijven. Die woeste, vrijgevochten luchtpiraten die gedurende 3 maanden veranderen in toegewijde, geduldige broedvogels. Het lijken andere vogels te worden.

Overdag zijn beide broedvogels bijna niet samen in de nestkast, tenzij het regent. De ene vogel broedt en de andere foerageert (eet). Wat opvalt als ze elkaar aflossen, is dat in de namiddag de meeste tijd zit tussen de aflossingen. Als de ene broedvogel terugkeert naar het nest vroeg in de middag, na zijn/haar langste voedselvlucht, vertrekt daarna meestal direct de andere en maakt dan ook zijn/haar langste foerageervlucht van die dag. Vooral bij minder goed weer, met veel wind, duren de vluchten langer.

Een broedvogel in diepe rust op het nest, laat soms plotseling zijn snerpend srie, srie geluid horen en kijkt dan zeer wakker rond. Hij/zij reageert zo op gierzwaluwen die buiten langs de nestkast vliegen en ook srie, srie roepen. Die vogels buiten zijn op zoek naar nestplaatsen. Ze controleren bezette nestplaatsen door te roepen en hun srie, srie buiten, is dus een vraag: vrij? Het srie-srie-antwoord vanuit de broedplaats betekent: bezet! De zoekvogels buiten ontdekken nestplaatsen vaak door achter een broedvogel aan te vliegen en als deze dan zijn nestplaats induikt, buigen ze op het laatste moment af en scheren rakelings langs de invliegopening. Wij zien dan via de camera de broedvogel binnen stuiven en samen met de partner, nog even heel gespannen luisteren. Soms roepen ze nog en pas daarna, als de zoekvogels kennelijk weer weg zijn, begint het tedere begroetingsritueel met de partner.

Bron: Marjos Mourmans, Zwaluwen Adviesbureau